introductie

We worden geboren met een natuurlijke mate van levendigheid,
spontaniteit en onbevangenheid. Wanneer we opgroeien passen
we ons vanzelf aan de eisen van de omgeving aan. Datgene in
ons wat niet bevestigd of gewaardeerd wordt, houden we in.
Vaak is dat onze passie, woede of gevoeligheid.

Veelal leren we dus om emoties binnen te houden. We durven
niet meer te voelen. Dat inhouden vraagt veel zelfbeheersing en
inspanning van lichaam en geest. Deze processen verlopen vaak
onbewust en brengen het lichaam uit zijn natuurlijke evenwicht.

Dit kan tot uitdrukking komen in psychische en/of lichamelijke
klachten zoals futloosheid, slapeloosheid, depressieve gevoelens,
stress, hoofdpijn, of nek-, schouder- en rugklachten. Ieder lichaam
vertelt zo zijn eigen geschiedenis en is daarin uniek.

Veel klachten zijn te beïnvloeden door meer lichaamsbewustzijn en
zelfinzicht. Er kan veel veranderen als gevoelens en emoties meer
ruimte krijgen. Dit kan meer zelfacceptatie en ontspanning geven.

Bij lichaamswerk is voelen het uitgangspunt. Voelen is luisteren naar je
lichaam. Als het lichaam aangeraakt wordt, kan je de emotie voelen van
waaruit de spanning zich heeft opgebouwd. Door je bewust te worden van
dat wat zich aandient, kan er steeds meer ruimte ontstaan in het lichaam
en daardoor in het denken.

Je goed voelen begint met goed voelen